Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 16 maart 2021;
- het verweerschrift met producties;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat,
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
- te bepalen dat de partneralimentatie met terugwerkende kracht is geëindigd met ingang van 1 juli 2017 althans 1 december 2017 althans met ingang van 1 oktober 2018 althans met ingang van een zodanige datum als het hof juist acht;
- de vrouw wordt veroordeeld om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de man te betalen de door de man onverschuldigd betaalde partneralimentatie vanaf de datum waarop de alimentatieverplichting van de man van rechtswege is geëindigd, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf die datum tot de dag der algehele voldoening;
- de vrouw wordt veroordeeld om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de man te betalen ten behoeve van het rechercherapport gemaakte kosten van € 32.397,-;
- de vrouw wordt veroordeeld om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de man te betalen een vergoeding voor de reis- en verblijfskosten van € 1.910,-, alsmede een vergoeding voor het mislopen van inkomsten gedurende een periode van vijf dagen ter hoogte van € 3.496,- en
- de vrouw wordt veroordeeld in de kosten van de procedure in eerste aanleg en hoger beroep,