Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De beoordeling
7 maart 2018 (te vinden op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2018:2186), aan dat de gedraging niet is verricht. De ambtenaar heeft de betrokkene geen mobiele telefoon zien vasthouden. Dat gedeelte van de verklaring in het zaakoverzicht is dan ook bezijden de waarheid. De van de ambtenaar zelf afkomstige verklaring houdt in dat hij de betrokkene naar beneden zag kijken en dat hij bij staandehouding de telefoon op de bijrijdersstoel zag liggen. Daaruit volgt dat de ambtenaar de gedraging niet heeft waargenomen. Daarnaast is de interpretatie van de kantonrechter van voornoemd arrest onbegrijpelijk.
De wijze van vasthouden bestond uit: ik zag bij het voorbijgaan in een opvallend politievoertuig de betrokkene recht naar beneden kijken naar zijn benen. Ik zag dat betrokkene deze houding ruim in het voorbijgaan bleef aanhouden. Ik zag dat het gezicht van betrokkene nadat ik voorbij kwam niet direct omhoog kwam en gericht op de weg. Dit was voor mij, verbalisant, reden om via de politietransparant een volgteken te geven. Bij het aanspreken zag ik een smartphone op de bijrijdersstoel liggen. Na de cautie te hebben gegeven verklaarde de betrokkene dat hij de telefoon op de knie had liggen, maar niet had aangeraakt. Dit feit en de omstandigheid van het lange tijd tijdens het rijden naar beneden kijken hebben ertoe geleid dit proces-verbaal op te maken (het hof begrijpt: een sanctie op te leggen). (…)