Uitspraak
[appellant],
1.[geïntimeerde1] ,
[geïntimeerde1],
[geïntimeerde2],
[geïntimeerden] c.s.,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak staat de beëindiging van een huurovereenkomst en de daaruit voortvloeiende huurachterstand centraal. Het hof stelt vast dat de huurovereenkomst met wederzijds goedvinden per 1 maart 2015 is geëindigd, en dat de appellant niet is geslaagd in het bewijs dat de overeenkomst eerder zou zijn geëindigd. De appellant heeft tevens geen ander bewijs geleverd om aan te tonen dat de huurbetaling voor die datum niet verschuldigd was.
De huurachterstand tot 1 maart 2015, berekend op €43.227,85, wordt daarom toegewezen. De appellant stelde dat de waarborgsom verrekend diende te worden met de huurachterstand, maar kon dit niet bewijzen, waardoor verrekening niet mogelijk is. Daarnaast wijst het hof de gevorderde rente en vergoeding voor buitengerechtelijke kosten toe, ondanks het verweer van appellant dat de bedragen onjuist zouden zijn en dat het innen van rente onredelijk is.
Het hof oordeelt dat de appellant tekort is geschoten in de tijdige betaling van de huur en dat de geïntimeerden terecht aanspraak maken op rente en kosten. Het verweer van appellant dat de vordering onredelijk is, wordt verworpen. Tot slot bekrachtigt het hof de proceskostenveroordeling van de kantonrechter en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vonnissen en veroordeelt appellant tot betaling van de huurachterstand, rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten.