ECLI:NL:GHARL:2021:8102

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
24 augustus 2021
Publicatiedatum
24 augustus 2021
Zaaknummer
19/00406 (W200.297.552)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 8:18 lid 4 AwbArt. 8:18 lid 5 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen raadsheer in belastingzaak wegens gebrek aan partijdigheid

In deze bestuursrechtelijke belastingzaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen raadsheer mr. T. Tanghe, omdat de eerder als gemachtigde opgetreden heer [naam1] door een tussenuitspraak van het hof was geweigerd. Verzoeker voelde zich daardoor in zijn verdediging geschaad.

De wrakingskamer heeft onderzocht of er sprake is van een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid van de raadsheer. De beslissing om de heer [naam1] als gemachtigde te weigeren was genomen door andere raadsheren en niet door mr. Tanghe. Hierdoor kon geen schijn van partijdigheid worden vastgesteld.

Daarnaast is vastgesteld dat het wrakingsverzoek geen gegronde grondslag had en de behandeling van het hoger beroep onnodig vertraagde. Daarom is het verzoek afgewezen en is bepaald dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling wordt genomen.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 augustus 2021 door de wrakingskamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen raadsheer Tanghe wordt afgewezen en een volgend wrakingsverzoek in deze zaak wordt niet in behandeling genomen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN

locatie Arnhem
wrakingsnummer W.200.297.552/01
uitspraakdatum: 24 augustus 2021
Beslissing van de wrakingskamer
op het verzoek tot wraking, gedaan door
[verzoeker]te
[woonplaats](hierna: verzoeker)

1.Procedure

1.1.
Namens verzoeker heeft zijn gemachtigde de heer [naam1] hoger beroep ingesteld in de zaak die bij de belastingkamer van het Hof is ingeschreven onder nummer 19/00406.
1.2.
Het Hof heeft bij tussenuitspraak van 16 maart 2021 de heer [naam1] als gemachtigde geweigerd in deze procedure vanwege nodeloos grievend, krenkend en/of beschadigend taalgebruik. Daarbij is verzoeker in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken een andere gemachtigde aan te wijzen.
1.3.
Ter zitting van voormelde zaak op 23 juli 2021 is de heer [naam2] als gemachtigde opgetreden.
1.4.
Ter zitting heeft de gemachtigde verklaard dat verzoeker in zijn verdediging is geschaad nu de heer [naam1] door de tussenuitspraak van het Hof van 16 maart 2021 niet als gemachtigde kan optreden, hetgeen aanleiding is voor wraking van de behandelend raadsheer mr. T. Tanghe.
1.5.
De raadsheer waartegen het wrakingsverzoek is gericht, heeft te kennen gegeven niet in de wraking te berusten en geen gebruik te willen maken van de gelegenheid te worden gehoord.
1.6.
De mondelinge behandeling van het verzoek tot wraking heeft plaatsgevonden op 17 augustus 2021. De griffier van de wrakingskamer heeft verzoeker bij aangetekend verzonden brief van 2 augustus 2021 uitgenodigd om te worden gehoord op 17 augustus 2021 om 14:30 uur te Arnhem. Uit informatie van Track & Trace van PostNL blijkt dat deze uitnodiging op 3 augustus 2021 is afgeleverd op het bij de wrakingskamer bekende adres van de gemachtigde, zijnde [adres] te [plaats] . Verzoeker is, zonder bericht van verhindering, niet verschenen. De raadsheer is, zoals aangekondigd, evenmin bij de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek verschenen.

2.Beoordeling van het wrakingsverzoek

2.1.
Artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) luidt:
“Op verzoek van een partij kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.”
2.2.
Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter staat voorop dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens een procespartij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is (vgl. HR 21 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM9141 en HR 19 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3625).
2.3.
Aan het wrakingsverzoek van de behandelend raadsheer mr. Tanghe ligt ten grondslag dat verzoeker zich in zijn verdediging geschaad voelt nu de heer [naam1] door de tussenuitspraak van het Hof van 16 maart 2021 niet als gemachtigde kan optreden. Die tussenuitspraak is gewezen door de raadsheren mr. J.W. baron van Knobelsdorff, mr. P. van der Wal en mr. G.B.A. Brummer.
2.4.
Voornoemde beslissing om de heer [naam1] als gemachtigde te weigeren is niet (mede) genomen door mr. Tanghe. Reeds daarom geeft deze beslissing op generlei wijze blijk van (de schijn van) partijdigheid of vooringenomenheid van de behandelend raadsheer mr. Tanghe. De wrakingskamer zal het wrakingsverzoek daarom afwijzen.
2.5.
Vastgesteld wordt dat het wrakingsverzoek van iedere grond is ontbloot waardoor de behandeling van het ingediende hoger beroep onnodig wordt vertraagd. De wrakingskamer kan hieruit niet anders concluderen dan dat verzoeker misbruik maakt van de mogelijkheid tot wraking. Daarom acht de wrakingskamer redenen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:18 lid 4 Awb Pro. De wrakingskamer bepaalt dan ook dat een volgend verzoek om wraking met betrekking tot de zaak met nummer 19/00406 niet in behandeling zal worden genomen.

3.De beslissing

De wrakingskamer
  • wijst het verzoek tot wraking van de raadsheer mr. Tanghe af, en
  • bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking met betrekking tot de zaak met nummer 19/00406 niet in behandeling zal worden genomen.
Aldus gedaan te Arnhem door mr. A.J.H. van Suilen, voorzitter, mr. J.B. de Groot en mr. M.E. van Wees, in tegenwoordigheid van mr. A. Vellema als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 augustus 2021.
De griffier, De voorzitter,
(A. Vellema) (A.J.H. van Suilen)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 24 augustus 2021.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open (artikel 8:18 lid 5 Awb Pro).