ECLI:NL:GHARL:2021:8237
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlenging terbeschikkingstelling met twee jaar ondanks beroep op EVRM
De terbeschikkinggestelde is in beroep gegaan tegen de beslissing van de rechtbank Den Haag tot verlenging van zijn terbeschikkingstelling met twee jaar. Hij betoogde dat hij het indexdelict en de moord waarvoor hij eerder is veroordeeld niet heeft gepleegd en dat voortzetting van de maatregel neerkomt op levenslange vrijheidsberoving zonder uitzicht op vrijlating, wat een schending van artikel 3 EVRM Pro zou vormen.
Het hof heeft de stukken bestudeerd, waaronder het advies van de kliniek, eerdere rapportages en de zitting waarin de terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouw zijn gehoord. Het hof oordeelt dat de maatregel van terbeschikkingstelling een stelsel van periodieke herbeoordeling kent, waarbij telkens na maximaal twee jaar wordt beoordeeld of verlenging noodzakelijk is vanwege het recidivegevaar en de veiligheid van de samenleving.
Het hof wijst het beroep op artikel 3 EVRM Pro af, omdat geen sprake is van levenslange vrijheidsberoving zonder perspectief op vrijlating. Daarnaast wijst het hof verzoeken af tot benoeming van een deskundige voor nader onderzoek en tot het afgeven van een zorgmachtiging of rechterlijke machtiging. Het hof bevestigt daarmee de beslissing van de rechtbank tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
Uitkomst: Het hof bevestigt de verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar en wijst alle verzoeken tot nader onderzoek en zorgmachtiging af.