De Inspecteur stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland waarin een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en belastingrente werden vernietigd. Belanghebbende diende een verweerschrift in en stelde incidenteel hoger beroep in. Vervolgens trok de Inspecteur het hoger beroep in. Belanghebbende verzocht het hof om de Inspecteur te veroordelen in de proceskosten die belanghebbende had moeten maken in verband met het hoger beroep.
Het hof overwoog dat op grond van artikel 8:118, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij intrekking van het hoger beroep door de Inspecteur, de Inspecteur op verzoek van een partij in de proceskosten kan worden veroordeeld. Gezien de complexiteit en bewerkelijkheid van de zaak werd een wegingsfactor van 1 toegepast, wat resulteerde in een proceskostenvergoeding van €748.
Partijen wensten niet te worden gehoord ter zitting, waarna het hof het onderzoek ter zitting achterwege liet. Het hof stelde de proceskostenvergoeding vast en wees erop dat tegen deze uitspraak binnen zes weken beroep in cassatie mogelijk is bij de Hoge Raad der Nederlanden.