Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 15 februari 2021, en
- het standpuntenstuk van de bewindvoerder met producties van 10 mei 2021.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de kantonrechter die het bewind over alle goederen van de rechthebbende heeft ingesteld wegens diens lichamelijke of geestelijke toestand en problematische schulden. De rechthebbende verzocht het hof de beschikking te vernietigen en het bewind op te heffen.
Uit het standpuntenstuk van de bewindvoerder blijkt dat het bewind heeft geleid tot inzicht in de schulden en oplossingen om deze af te lossen. Sinds de beschikking is de situatie van de rechthebbende aanzienlijk verbeterd: hij woont zelfstandig samen met een partner die hem kan begeleiden bij zijn financiën en deelt woonlasten. De bewindvoerder en moeder van de rechthebbende stemmen in met opheffing.
Het hof overweegt dat hoewel de gronden voor bewind nog deels aanwezig zijn, de maatregel ingrijpend is en niet verder mag gaan dan noodzakelijk. Gezien de gewijzigde omstandigheden acht het hof het bewind over alle goederen niet langer passend. Het bewind wordt daarom tot 1 oktober 2021 in stand gelaten om een ordentelijke afwikkeling mogelijk te maken, waarna het wordt opgeheven. De uitspraak wordt ingeschreven in het Centraal curatele- en bewindsregister.
Uitkomst: Het bewind over de goederen van de rechthebbende wordt per 1 oktober 2021 opgeheven wegens gewijzigde en stabiele omstandigheden.