Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[appellant1] ,
[appellant2],
[appellant3],
4.[appellant4] ,
[appellant5],
1.Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
2.De motivering van de beslissing in het incident
in conventie
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak gaat het om een incident in hoger beroep over de tenuitvoerlegging van een vonnis in kort geding waarbij conservatoir bewijsbeslag is gelegd op circa 1,6 miljoen documenten. WFC c.s. vorderde inzage en afschrift van deze documenten op grond van artikel 843a Rv wegens vermoedelijke onrechtmatige concurrentie door [appellanten] c.s. De voorzieningenrechter had het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard, ondanks bezwaren van [appellanten] c.s. over privacy en bedrijfsgevoelige informatie.
[Appellanten] c.s. verzochten bij het hof om schorsing van de tenuitvoerlegging of beperking van de inzage door de onafhankelijke derde DigiJuris, die als gerechtelijk bewaarder was aangesteld. Het hof overwoog dat het uitgangspunt is dat een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis ook tijdens hoger beroep kan worden uitgevoerd, tenzij zwaarwegende belangen zich daartegen verzetten. Het hof vond geen sprake van een kennelijke misslag in de eerdere beslissing en oordeelde dat de belangenafweging door de voorzieningenrechter zorgvuldig was gemaakt.
Het hof stelde dat DigiJuris als onafhankelijke derde voldoende deskundig en onafhankelijk is en dat de waarborgen tegen verspreiding van vertrouwelijke informatie adequaat zijn. De door [appellanten] c.s. aangevoerde nieuwe feiten en omstandigheden werden niet als novum aangemerkt dat een afwijking van de eerdere beslissing rechtvaardigt. De incidentele vordering werd daarom afgewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet in de huidige stand.
Uitkomst: De incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis wordt afgewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet.