Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[naam1] Bewindvoering,
[naam2] Bewindvoering,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De kantonrechter stelde de goederen van een onder bewind gestelde persoon onder bewind en benoemde [verzoeker] tot bewindvoerder. Later werd [verzoeker] ontslagen en opgevolgd door [verweerder]. De kantonrechter veroordeelde [verzoeker] tot betaling van €3.043,72 schadevergoeding wegens tekortschieten in zijn taak.
In hoger beroep betwistte [verzoeker] deze aansprakelijkheid en beriep zich op gezag van gewijsde van een eerdere ontslagbeschikking waarin was geoordeeld dat hij zich als bewindvoerder goed had gedragen. Het hof oordeelde dat die eerdere beslissing niet bindend was voor dit geschil omdat het ontslag niet was gebaseerd op slecht bewind.
Het hof stelde vast dat [verzoeker] niet had voorkomen dat er maandelijks bedragen boven de beslagvrije voet werden ingehouden en afgedragen aan deurwaarders, en dat hij naliet een minnelijke schuldregeling aan te vragen toen dat mogelijk werd. Hierdoor leed de onder bewind gestelde vermogensschade.
De schade werd begroot op het verschil tussen de werkelijk betaalde bedragen en de hypothetische situatie met een schuldregeling, zijnde €3.043,72. Het beroep op eigen schuld van de onder bewind gestelde werd verworpen omdat de bewindvoerder de belangen juist moest beschermen. Het hof bekrachtigde de eerdere beschikking en veroordeelde [verzoeker] tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De voormalige bewindvoerder is aansprakelijk en veroordeeld tot betaling van €3.043,72 schadevergoeding wegens slecht bewind.