De betrokkene werd door een daartoe aangewezen ambtenaar beboet voor het rijden op een puntstuk op de Gooiseweg in Zeewolde op 7 oktober 2019. De sanctie betrof een boete van €240. De betrokkene stelde dat hij niet over het puntstuk had gereden en voerde aan dat het puntstuk slechts het witte meerhoekige vlak betreft, zonder de omliggende witte strepen. Volgens hem was het puntstuk te kort om er daadwerkelijk overheen te rijden.
De ambtenaar verklaarde dat het puntstuk het witte vlak inclusief de omliggende witte strepen omvatte en dat het voertuig met alle vier de wielen over dit puntstuk was gereden. Het hof oordeelde dat het begrip puntstuk zoals gedefinieerd in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) en de toelichting daarop, niet uitsluit dat de omliggende belijning deel uitmaakt van het puntstuk, afhankelijk van de uiterlijke verschijningsvorm en hoe dit op de gemiddelde weggebruiker overkomt.
Het hof concludeerde dat de ambtenaar op goede gronden het puntstuk inclusief de omliggende strepen heeft vastgesteld en dat het verweer van de betrokkene faalt. De kantonrechter had het beroep terecht ongegrond verklaard en het hof bevestigt deze beslissing. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.