ECLI:NL:GHARL:2023:1125

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
8 februari 2023
Publicatiedatum
8 februari 2023
Zaaknummer
200.308.568/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 RVV 1990Art. 2 Besluit proceskosten bestuursrechtArtikel 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking rijden over puntstuk wegens ontbreken puntstuk

De betrokkene kreeg een sanctie van €240 opgelegd voor het rijden over een puntstuk op de Zuilensering in Maarssen op 7 februari 2020. De betrokkene voerde aan dat het geen puntstuk betrof, maar een doorgetrokken streep vanaf de invoegstrook, ondersteund met Google Maps-afbeeldingen.

Het hof onderzocht de situatie en concludeerde dat de samenkomende lijnen op het wegdek weliswaar een punt vormen, maar dit punt te klein is om als puntstuk in de zin van artikel 1 RVV Pro 1990 te worden aangemerkt. De uiterlijke verschijningsvorm is bepalend, niet de kleur of vorm van het vlak.

Daarom kon de sanctiebeschikking niet in stand blijven. Het hof vernietigde de beslissing van de kantonrechter en de officier van justitie, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van €1.672,25 aan de betrokkene.

Uitkomst: De sanctiebeschikking voor rijden over een puntstuk wordt vernietigd omdat geen sprake is van een puntstuk in de zin van artikel 1 RVV 1990.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.308.568/01
CJIB-nummer
: 231736078
Uitspraak d.d.
: 8 februari 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 27 januari 2022, betreffende

[de betrokkene] N.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “als bestuurder een puntstuk gebruiken”. Deze gedraging zou zijn verricht op
7 februari 2020 om 16.18 uur op de Zuilensering in Maarssen met het voertuig met het kenteken
[kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat geen sprake is van een puntstuk, maar een doorgetrokken streep vanaf de invoegstrook. Ter onderbouwing zijn afbeeldingen van Google Maps Street View bijgevoegd. In dit geval is geen sprake van een meerhoekig vlak met in het midden daarvan een wit (of anders gekleurd) vlak. Bepalend voor de omvang van het puntstuk is hoe de situatie zich voor de gemiddelde weggebruiker voordoet.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik zag dat de bestuurder vanaf Maarssen Broek de Zuilensering op reed richting de Rijksweg A2. Ik zag dat de bestuurder over het puntstuk reed en niet wachtte tot het officiële invoermoment.”
4. Ook bevat het dossier een aanvullend proces-verbaal waarin de ambtenaar onder meer verklaart:
“Dit is op de N230 tussen hectometerpaal 0.6 en 0.7 L. (…) De locatie begint met een klein puntstuk, vervolgd door een dubbele doorgetrokken streep. Als u van mening bent dat het een dubbele doorgetrokken streep betreft, verzoek ik u de feitcode aan te passen aangezien het boetebedrag gelijk is en de overtreding begaan is.”
5. Verder bevat het dossier uitdraaien van Google Maps Street View van de situatie ter plaatse, overgelegd door zowel de gemachtigde als de advocaat-generaal. Hierop is de Zuilense Ring te zien, die bestaat uit twee rijstroken. Aan beide zijden van de rijbaan loopt een doorgetrokken streep. Verder is een oprit bestaande uit twee rijstroken te zien. Te zien is dat de twee rijstroken een bocht maken, om vervolgens parallel aan de rijstroken van de Zuilense Ring te eindigen. Aan beide zijden van deze rijbaan loopt ook een doorgetrokken streep. De doorgetrokken streep loopt na de bocht door in de doorgetrokken streep van de Zuilense Ring, waardoor de vier rijstroken in het midden gescheiden worden door een doorgetrokken streep. Op de plek waar de streep van de Zuilense Ring en de invoegende rijstroken na de bocht samenkomen, is een klein punt te zien.
6. Ingevolge artikel 1 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) wordt onder een puntstuk verstaan: “meerhoekig vlak op het wegdek, opgenomen bij splitsingen of samenvoegingen van wegen, rijstroken of rijbanen.”
7. De uiterlijke verschijningsvorm is bepalend voor de vraag wat als een puntstuk in de zin van het RVV 1990 valt aan te merken. Daarvoor is niet doorslaggevend of een vlak witgekleurd is (vgl. het arrest van het hof van 4 oktober 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:9296).
8. Naar het oordeel van het hof is in het onderhavige geval geen sprake van een puntstuk in de zin van het RVV 1990. Door de samenvoeging van wegen vormen de strepen weliswaar een punt op de plek waar ze samenkomen, maar dit betreft een zodanig kleine punt dat niet zonder meer kan worden gesproken van een puntstuk. Wat de bestuurder mogelijk te verwijten valt is dat hij een doorgetrokken streep heeft overschreden, maar het hof ziet in dit stadium van de procedure geen aanleiding om de feitcode nog te wijzigen. Dit betekent dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven.
9. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van een administratief beroepschrift, een beroepschrift bij de kantonrechter, het bijwonen van de zitting van de kantonrechter en het indienen van een hoger beroepschrift dienen in totaal vier punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 597,- en voor het (hoger) beroep € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.672,75
(= (1,5 x € 597,- x 0,5) + (3 x € 837,- x 0,5)).
10. Het voorgaande leidt tot onderstaande beslissing.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.672,25.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.