Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond de bewindstelling over betrokkene centraal, waarbij de kantonrechter eerder een bewindvoerder had benoemd wegens de lichamelijke en geestelijke toestand van betrokkene. Betrokkene, geboren in 1941, is duurzaam niet in staat zijn vermogensrechtelijke belangen zelfstandig te beheren, mede doordat hij sinds zijn komst uit Somalië ruim dertien jaar geleden nooit zelfstandig zijn financiën heeft beheerd.
Betrokkene ging in hoger beroep tegen de beschikking en verzocht om vernietiging van de bewindstelling en benoeming van de dochter of neef als bewindvoerder. Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat de dochter al jarenlang feitelijk de financiën beheert en dat er geen grote onregelmatigheden in de financiële administratie zijn geconstateerd.
Het hof oordeelde dat de bewindstelling terecht is ingesteld wegens de duurzame onbekwaamheid van betrokkene, maar dat de huidige bewindvoerder ontslagen moet worden en de dochter als opvolgend bewindvoerder moet worden benoemd. De voorkeur van betrokkene en de feitelijke situatie ondersteunen deze keuze. De beschikking van de kantonrechter wordt vernietigd voor zover het hof hierover oordeelt, en de nieuwe bewindvoerder wordt benoemd met ingang van 1 november 2021.
Uitkomst: De beschikking tot bewindstelling wordt vernietigd en de dochter benoemd als nieuwe bewindvoerder met ingang van 1 november 2021.