Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Stichting Jeugdbescherming Gelderland,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen de verlenging van een ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2016, waarbij alleen de moeder het gezag heeft. De moeder verzocht om vernietiging van de verlenging, terwijl de gecertificeerde instelling (GI) dit verweer betwistte.
Het hof stelde vast dat de vader, ondanks het ontbreken van gezag, als belanghebbende moet worden aangemerkt omdat de ondertoezichtstelling direct zijn recht op gezinsleven met het kind raakt. Dit volgt uit jurisprudentie van de Hoge Raad en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
De ondertoezichtstelling was gericht op het bevorderen van de omgang tussen vader en kind en het geven van statusvoorlichting. Het hof vond dat de gronden voor verlenging nog steeds aanwezig zijn, mede omdat de moeder de omgang tussen vader en kind in april 2021 stopzette en onvoldoende inspanningen heeft geleverd om deze te hervatten.
Het hof oordeelde dat de omgang in het vrijwillige kader niet tot stand zal komen en bekrachtigde daarom de bestreden beschikking van de rechtbank Gelderland. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 5 oktober 2021.
Uitkomst: De verlenging van de ondertoezichtstelling is bekrachtigd en de vader zonder gezag is erkend als belanghebbende.