ECLI:NL:GHARL:2021:9356
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ondertoezichtstelling minderjarige met verblijf in buitenland en overdracht toezicht
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de kinderrechter die een minderjarige onder toezicht stelde van een gecertificeerde instelling (GI) voor negen maanden. De ouders betwisten de ondertoezichtstelling en voeren aan dat het raadsrapport onjuistheden bevat en dat de minderjarige in het buitenland goed functioneert.
Het hof beoordeelt eerst de rechtsmacht en oordeelt dat de Nederlandse rechter ten tijde van het verzoek rechtsmacht had, ondanks het verblijf van de minderjarige in het buitenland sinds 6 maart 2021. De gewone verblijfplaats was nog Nederland omdat het vertrek plotseling was en zonder voorbereiding.
Inhoudelijk overweegt het hof dat de minderjarige ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd en dat de noodzakelijke zorg onvoldoende wordt geaccepteerd door de ouders. De moeder is zorgmijdend en geeft geen openheid over de verblijfplaats en opvoedingssituatie. De GI wordt belemmerd in haar werk doordat de verblijfplaats onbekend is. Het hof acht het noodzakelijk de ondertoezichtstelling te verlengen tot één jaar en staat overdracht aan lokale autoriteiten toe.
Het hof vernietigt de eerdere beschikking en stelt de minderjarige onder toezicht van de GI van 9 april 2021 tot 9 april 2022. De beslissing is genomen door drie rechters en uitgesproken in het openbaar op 5 oktober 2021.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot 9 april 2022 en de GI krijgt de mogelijkheid het toezicht over te dragen aan lokale autoriteiten.