ECLI:NL:GHARL:2021:9403
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Nietigheid dagvaarding in hoger beroep wegens onvolledige tenlastelegging
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 5 oktober 2021 uitspraak gedaan over de geldigheid van de dagvaarding in hoger beroep. De verdachte was in eerste aanleg veroordeeld door de politierechter te Utrecht en stelde hiertegen hoger beroep in.
Tijdens de behandeling van het hoger beroep stelde het hof vast dat de tenlastelegging in de dagvaarding slechts een straatnaam vermeldde zonder de daarbij behorende pleegplaats. Dit voldoet niet aan de eisen van artikel 261 van Pro het Wetboek van Strafvordering, waarin is bepaald dat de plaats van het feit duidelijk moet worden vermeld. De advocaat-generaal heeft geen wijziging van de tenlastelegging gevorderd, en het hof oordeelde dat het toevoegen van een plaatsnaam een wijziging is in de zin van artikel 313 Sv Pro, waarvoor geen toestemming was gegeven.
Daarom kon het hof de dagvaarding niet verbeteren en verklaarde het deze nietig. Dit betekent dat de tenlastelegging niet als grondslag voor de terechtzitting kan dienen, waardoor het hoger beroep niet ontvankelijk is. Het arrest werd gewezen door de meervoudige kamer van het hof, met voorzitter Roessingh-Bakels en raadsheren Van Zuijlen en Nooijen.
Uitkomst: De dagvaarding in hoger beroep is nietig verklaard vanwege een onvolledige tenlastelegging zonder vermelding van de pleegplaats.