Uitspraak
\.GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: de moeder,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 19 oktober 2021 uitspraak gedaan in hoger beroep over de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. De moeder was tegen de verlenging voor de duur van een jaar en verzocht om een verkorting tot zes maanden.
De feiten betreffen een minderjarige geboren in 2019, die sinds juni 2020 in een pleeggezin verblijft. De kinderrechter had eerder de uithuisplaatsing verlengd tot mei 2022. De moeder voerde aan dat onvoldoende was onderzocht of zij zelf voor de minderjarige kon zorgen, mede door problematisch contact met de voogd en een periode zonder contact met het kind.
De gecertificeerde instelling stelde dat de minderjarige een ontwikkelingsachterstand heeft en veel gespecialiseerde zorg en begeleiding nodig heeft, die de moeder niet kan bieden vanwege haar lagere intelligentieniveau en leerbaarheid. Het hof oordeelde dat de gronden voor uithuisplaatsing nog steeds aanwezig zijn. De moeder en vader zijn niet in staat om de opvoeding adequaat te verzorgen, en de continuïteit en veiligheid van de minderjarige zijn alleen in het pleeggezin gewaarborgd.
Het hof zag geen reden om de machtiging tot uithuisplaatsing te bekorten en bekrachtigde de bestreden beschikking van de kinderrechter. De pleegplaatsing blijft daarmee verlengd tot 12 mei 2022.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing tot 12 mei 2022.