ECLI:NL:GHARL:2021:9896
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wetenschap over bestemming van voorwerpen voor hennepteelt
Verdachte werd door de politierechter veroordeeld voor medeplegen van het voorhanden hebben van voorwerpen bestemd voor het plegen van een strafbaar feit onder artikel 11, derde lid, van de Opiumwet. Het hof vernietigt dit vonnis en spreekt verdachte vrij omdat het niet is komen vast te staan dat verdachte wetenschap had van het uiteindelijke doel van de voorwerpen.
De tenlastelegging betrof het bezit van diverse apparatuur en materialen die mogelijk bestemd waren voor hennepteelt, zoals armaturen met assimilatielampen, ventilatoren, luchtontvochtigers en groeimiddelen. Het hof heeft het dossier en het onderzoek op de terechtzitting van 5 oktober 2021 bestudeerd, evenals de vordering van de advocaat-generaal en de verdediging.
Het hof verwijst naar jurisprudentie van de Hoge Raad waarin is bepaald dat voor een bewezenverklaring van de bestemming van voorwerpen als bedoeld in artikel 11a Opiumwet vereist is dat de gedragingen strekken tot voorbereiding of vergemakkelijking van hennepteelt en dat het uiteindelijke doel van belang is. Het hof kon op basis van het dossier niet vaststellen dat verdachte wetenschap had van dat uiteindelijke doel.
Daarom vernietigt het hof het vonnis van de politierechter en spreekt verdachte vrij van de tenlastelegging. Dit arrest is uitgesproken door de meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 19 oktober 2021.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wetenschap over het uiteindelijke doel van de voorwerpen.