Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.1. Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De grootmoeder verzocht de rechtbank om een omgangsregeling met haar kleinkind vast te stellen, dat sinds 2016 onder toezicht staat van een gecertificeerde instelling (GI) en bij pleegouders verblijft. De rechtbank verklaarde haar verzoek niet-ontvankelijk. In hoger beroep stelde het hof vast dat de grootmoeder voldoende concrete omstandigheden had gesteld om ontvankelijk te zijn, waaronder een nauwe persoonlijke betrekking met het kind.
Het hof benadrukte dat het recht op omgang ook geldt voor personen die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staan, en dat het ontbreken van actuele informatie over het kind vanuit de GI het hof belemmert een verantwoorde beslissing te nemen. De GI had verstek laten gaan en geen verweer gevoerd.
Het hof besloot de beschikking van de rechtbank te vernietigen, de grootmoeder ontvankelijk te verklaren en de GI in de gelegenheid te stellen een verweerschrift in te dienen. Daarna krijgt de grootmoeder de mogelijkheid schriftelijk te reageren, waarna het hof de zaak op de stukken zal afdoen, tenzij een zitting wordt gelast. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat deze procedure is doorlopen.
Uitkomst: Het hof verklaart de grootmoeder ontvankelijk en houdt de beslissing aan totdat de gecertificeerde instelling een verweerschrift heeft ingediend.