Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 22 november 2022 een beschikking gegeven over het verzoek van de man om de betaling van kinderalimentatie te schorsen. De rechtbank Midden-Nederland had eerder bepaald dat de man vanaf 1 september 2021 maandelijks €302,- aan kinderalimentatie aan de vrouw moet betalen voor hun minderjarige kind.
De man stelde dat zijn belang bij schorsing van de beschikking zwaarder weegt dan het belang van de vrouw bij de uitvoering ervan, onder meer vanwege mogelijke financiële problemen en een toekomstig lager inkomen. De vrouw voerde gemotiveerd verweer en stelde dat zij de alimentatie nodig heeft voor het onderhoud van het kind.
Het hof overwoog dat een beschikking die uitvoerbaar bij voorraad is verklaard in principe niet wordt geschorst, tenzij het belang van de veroordeelde partij zwaarder weegt. De man had onvoldoende onderbouwd dat hij door betaling in grote financiële problemen zou komen. Ook was er geen sprake van een kennelijke misslag in de beslissing van de rechtbank, ondanks dat de man het niet eens was met de beoordeling van de behoefte van het kind en zijn draagkracht.
Daarom wees het hof het verzoek tot schorsing af en liet de beschikking van de rechtbank onverminderd van kracht. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de betaling van kinderalimentatie af en laat de beschikking van de rechtbank ongewijzigd van kracht.