ECLI:NL:GHARL:2022:10266

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
29 november 2022
Publicatiedatum
30 november 2022
Zaaknummer
200.295.416
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:297 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte en vergoeding ex artikel 7:297 BW

In deze zaak stond de opzegging van een huurovereenkomst voor een bedrijfsruimte centraal. De verhuurder, de Erven, had een vordering ingesteld tegen huurder Rijnmozaïk BV. Het hof vernietigde het eerdere vonnis van de kantonrechter en stelde vast dat de huurovereenkomst eindigt op 31 januari 2023, waarbij het gehuurde uiterlijk op die datum ontruimd moet zijn.

Daarnaast werd Rijnmozaïk veroordeeld tot betaling van een gebruiksvergoeding van €3.557,56 exclusief btw per maand vanaf 1 juni 2022 tot het einde van de huurovereenkomst, met verrekening van reeds betaalde bedragen. De Erven werden veroordeeld tot betaling van een vergoeding van €10.000 aan Rijnmozaïk op grond van artikel 7:297 BW Pro.

Verder bepaalde het hof een korting op de huur over de periode 15 maart 2020 tot en met 25 februari 2022 van €3.138,15 exclusief btw, die aan Rijnmozaïk moet worden terugbetaald. De proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij partijen elk hun eigen kosten dragen. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: Huurovereenkomst eindigt per 31 januari 2023, Rijnmozaïk betaalt gebruiksvergoeding en ontvangt vergoeding ex artikel 7:297 BW, proceskosten worden gecompenseerd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.295.416
(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem 8849231)
arrest van 29 november 2022
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Restaurant Rijnmozaïk B.V.te Arnhem,
appellante,
in eerste aanleg: gedaagde in conventie, eiseres in incident en in reconventie,
hierna: Rijnmozaïk,
advocaat: mr. R.A. Schenk,
tegen:

1.[geïntimeerde1] [woonplaats1] ,

2.
[geïntimeerde2]te [woonplaats2] ,
3.
[geïntimeerde3]te [woonplaats3] ,
4.
[geïntimeerde4]te [woonplaats1] ,
5.
[geïntimeerde5]te [woonplaats2] ,
geïntimeerden,
in eerste aanleg: eisers in conventie, verweerders in incident en in reconventie,
hierna: de Erven,
advocaat: mr. S.J. van Susante.

1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1
Het hof neemt de inhoud van de tussenarresten van 11 januari 2022 en 1 november 2022 hier over.
1.2
Na uitspraak van het tussenarrest hebben de Erven een akte genomen, waarin zij te kennen geven hun vorderingen te handhaven.
1.3
Vervolgens heeft het hof opnieuw arrest bepaald.

2.De motivering van de beslissing in hoger beroep

2.1
In hun akte spreken de Erven hun teleurstelling uit over de inhoud van het tussenarrest van 1 november 2022. Het hof ziet daarin geen reden om terug te komen op de inhoud van dat arrest en het bouwt daarom op dat arrest voort. Nu de Erven hun vorderingen handhaven, vloeien uit de rechtsoverwegingen 2.22 en volgende van dat arrest de hierna gegeven beslissingen voort.

3.De beslissingen

Het hof, recht doende in hoger beroep:
vernietigt het vonnis in conventie en in reconventie van de kantonrechter te Arnhem van 17 februari 2021, zaaknummer 8849231, en beslist opnieuw als volgt:
(in conventie)
3.1
stelt vast dat de huurovereenkomst tussen de Erven en Rijnmozaïk eindigt op 31 januari 2023 en dat het gehuurde aan de [adres] te [woonplaats2] uiterlijk op die dag moet zijn ontruimd;
3.2
veroordeelt Rijnmozaïk om vanaf 1 juni 2022 tot het einde van de huurovereenkomst tegen behoorlijk bewijs van kwijting € 3.557,56 exclusief btw per kalendermaand of gedeelte van een kalendermaand aan de Erven te betalen, dit tot en met 31 januari 2023 onder de noemer
huuren daarna, zolang het gehuurde nog niet zal zijn ontruimd, onder de noemer
gebruiksvergoeding;
3.3
bepaalt dat al hetgeen Rijnmozaïk na 11 mei 2022 en vóór deze uitspraak als huur en btw daarover aan de Erven heeft betaald in mindering komt op wat zij op grond van de veroordeling onder 3.2 aan de Erven moet betalen;
3.4
veroordeelt de Erven om bij wijze van vergoeding ex artikel 7:297 BW Pro € 10.000 aan Rijnmozaïk te betalen;
3.5
veroordeelt Rijnmozaïk in de kosten van de procedure in eerste aanleg in conventie en begroot de kosten van de Erven op € 106,47 aan dagvaardingskosten, € 236 aan griffierecht en € 622 voor salaris voor de gemachtigde;
3.6
verklaart dit arrest wat betreft de veroordelingen onder 3.2 tot en met 3.5 en tevens wat betreft de onder 3.1 uitgesproken ontruimingsveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
(in reconventie)
3.7
bepaalt de korting op de door Rijnmozaïk te betalen huur over de periode 15 maart 2020 tot en met 25 februari 2022 op € 3.138,15 exclusief btw;
3.8
veroordeelt de Erven om € 3.138,15 exclusief btw aan Rijnmozaïk terug te betalen als teveel betaalde huur;
3.9
verklaart dit arrest wat betreft de veroordeling onder 3.8 uitvoerbaar bij voorraad;
3.1
compenseert de proceskosten in eerste aanleg in reconventie aldus, dat partijen elk de eigen kosten dragen;
(in hoger beroep)
3.11
compenseert de kosten van het hoger beroep aldus dat partijen elk de eigen kosten dragen;
3.12
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit arrest is gewezen door mrs. H.E. de Boer, M.W. Zandbergen en H. van Loo en in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 november 2022.