Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de memorie van grieven
- de memorie van antwoord
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De man en vrouw waren getrouwd in gemeenschap van goederen en zijn in 2016 gescheiden. De man moet een bedrag van €38.651,82 terugbetalen aan het UWV wegens te veel ontvangen toeslag op zijn WAO-uitkering, veroorzaakt door het niet volledig opgeven van zijn inkomen.
De vraag was of het onaanvaardbaar is dat de vrouw deze schuld mede moet dragen. De rechtbank had geoordeeld dat haar draagplicht nihil was, maar het hof vernietigde dit oordeel en oordeelde dat de vrouw de helft van de schuld moet dragen, omdat deze tot de huwelijksgemeenschap behoort.
Het hof overwoog dat het uitgangspunt van de gemeenschap van goederen inhoudt dat schulden ook gezamenlijk gedragen worden, tenzij onaanvaardbaarheid kan worden aangetoond. De vrouw kon dit niet aannemelijk maken. Bovendien zijn de verhaalsmogelijkheden van het UWV op haar vermogen beperkt. De late kennisgeving door de man rechtvaardigt geen uitzondering op de draagplicht.
Het hof vernietigde het onderdeel van het vonnis dat de draagplicht van de vrouw nihil verklaarde en wees haar vordering af, terwijl het overige vonnis werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van de vrouw af en bevestigt dat zij de helft van de schuld aan het UWV moet dragen.