ECLI:NL:GHARL:2022:1028

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
10 februari 2022
Publicatiedatum
10 februari 2022
Zaaknummer
Wahv 200.281.776/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenuitspraak over schending hoor en wederhoor bij Skype-zitting in bestuursstrafzaak

In deze bestuursstrafrechtelijke zaak tegen de beslissing van de kantonrechter inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een tussenarrest gewezen. De betrokkene had hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter, die het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om proceskostenvergoeding afwees.

De kern van het geschil betreft de wijze van behandeling van de zaak: de kantonrechter nodigde de officier van justitie uit om de zitting via Skype bij te wonen, maar bood deze mogelijkheid niet aan de betrokkene en zijn gemachtigde. De gemachtigde had weliswaar aangegeven niet naar een fysieke zitting te willen komen, maar ontving geen uitnodiging voor een Skype-zitting. Dit is in strijd met artikel 12, eerste lid, van de Wahv, dat vereist dat beide partijen gelijke mogelijkheden krijgen tot het bijwonen van de zitting.

Het hof constateert dat de griffier de gemachtigde had geïnformeerd dat bij afwezigheid van de gemachtigde de zaak schriftelijk zou worden behandeld, maar de kantonrechter hield toch een zitting waarbij alleen de officier van justitie via Skype aanwezig was. Het hof geeft de gemachtigde daarom alsnog de gelegenheid om binnen vier weken een verzoek in te dienen voor een behandeling ter zitting van het hof. Bij uitblijven van een verzoek zal het hof zonder zitting een eindarrest wijzen.

Uitkomst: Het hof houdt de beslissing aan en geeft de gemachtigde de gelegenheid om een behandeling ter zitting te verzoeken.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.281.776/01
CJIB-nummer
: 225986376
Uitspraak d.d.
: 10 februari 2022
Tussenarrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 20 juli 2020, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De gemachtigde stelt zich op het standpunt dat de beslissing van de kantonrechter niet in stand kan blijven, omdat de officier van justitie tijdens een zitting middels Skype is gehoord en die mogelijkheid niet aan de gemachtigde is geboden. De gemachtigde heeft weliswaar aan de griffier van de rechtbank medegedeeld niet naar een zitting te willen komen, maar dit betekent niet dat hij geen gebruik had willen maken van een alternatieve manier om de zitting bij te wonen. De gemachtigde heeft geen zittingsdatum ontvangen en ook geen uitnodiging om deze via Skype bij te wonen. Als dit voor de officier van justitie mogelijk was, dan had de mogelijkheid ook aan de betrokkene en zijn gemachtigde geboden moeten worden.
2. Het hof stelt op basis van het dossier de volgende gang van zaken vast.
3. De griffier van de rechtbank heeft op 4 mei 2020 een brief naar de gemachtigde gestuurd waarin het volgende is opgenomen:
“De rechtbank wil u graag informeren over de behandeling van uw beroep in verband met het
coronavirus.
Volgens de wet moet uw beroep op een openbare zitting worden behandeld. De rechtbank nodigt
mensen die beroep hebben ingesteld tegen een verkeersboete daarom altijd uit voor een zitting. U bent niet verplicht om naar de zitting te komen.
Door het coronavirus kunnen we u op dit moment niet uitnodigen voor een zitting. We weten niet
wanneer dat wel weer kan. Voor mensen die naar een zitting willen komen, duurt het daardoor helaas
langer om een uitspraak van de rechter te krijgen.
De rechtbank weet dat veel mensen in dit soort zaken niet naar de zitting komen. Het zou zonde zijn als ook die mensen door het coronavirus langer op een uitspraak van de rechter moeten wachten.
De rechtbank wil daarom graag van u weten of u naar de zitting wilt komen.
Als u niet naar een zitting wilt komen, dan zal uw zaak op korte termijn buiten uw aanwezigheid
worden behandeld. De rechter zal dan uiteraard kijken wat u in uw beroepschrift heeft aangevoerd tegen de verkeersboete. Ook zal het openbaar ministerie worden gevraagd om een standpunt. U krijgt daarna een schriftelijke uitspraak van de rechter.
Als u wel naar een zitting wilt komen, dan zullen we uw zaak inplannen zodra dat weer mogelijk is.
Wilt u binnen twee weken na de verzenddatum van deze brief aan de rechtbank laten weten of u wel of niet naar een zitting wilt komen?
4. In reactie op deze brief heeft de gemachtigde bij e-mailbericht van 7 mei 2020 aan de griffier van de rechtbank meegedeeld niet naar de zitting te willen komen.
5. Vervolgens heeft blijkens het proces-verbaal op 6 juli 2020 een zitting van de kantonrechter plaatsgevonden. Hierin is met betrekking tot het procesverloop het volgende vermeld:
“In verband met de maatregelen rond het Corona virus heeft de rechtbank gemachtigde laten weten dat openbare zittingen voorlopig niet mogelijk zijn. Gemachtigde heeft desgevraagd laten weten niet op een zitting te zullen verschijnen.
Op 6 juli 2020 heeft een zitting plaatsgevonden. Namens de officier van justitie is een zittingsvertegenwoordiger, werkzaam bij de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM), gehoord middels een skype-verbindingen.
De kantonrechter heeft het onderzoek ter zitting gesloten.”
6. Gelet op de stukken in het dossier stelt het hof vast dat de gemachtigde weliswaar heeft afgezien van het bijwonen van een zitting, maar dat aan de betrokkene en zijn gemachtigde niet de gelegenheid is geboden om via Skype een zitting bij te wonen. Aan hem is slechts de keuze voorgelegd tussen het níet bijwonen van een zitting (waarna de zaak op korte termijn zal worden afgedaan na de officier van justitie om een standpunt te hebben gevraagd), of het wél bijwonen van een zitting (wat als gevolg heeft dat langer op een uitspraak zal moeten worden gewacht).
De tekst van de brief van de griffier van de rechtbank impliceert dat indien de gemachtigde aangeeft niet naar de zitting te willen komen, de officier van justitie schriftelijk zijn standpunt zal geven en er geen zitting zal worden gehouden. De kantonrechter heeft vervolgens echter wel een zitting gehouden en alleen aan de officier van justitie de mogelijkheid geboden om deze (via Skype) bij te wonen.
Bovenstaande handelwijze is in strijd met (de strekking van) het bepaalde in artikel 12, eerste lid, van de Wahv.
7. Nu het hoger beroepschrift vóór 1 september 2021 is ontvangen, geeft het hof de gemachtigde van de betrokkene middels dit tussenarrest alsnog de gelegenheid om bij de griffie van het hof te vragen om een behandeling ter zitting van het hof te Leeuwarden (vgl. het arrest van het hof van 26 juli 2021, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2021:7114). Wordt binnen vier weken na dagtekening van deze uitspraak geen verzoek ontvangen, dan wijst het hof zonder een behandeling ter zitting eindarrest.

De beslissing

Het gerechtshof:
stelt de gemachtigde van de betrokkene in de gelegenheid om
binnen vier weken na dagtekening van dit tussenarrestte verzoeken om een behandeling van de zaak ter zitting van het hof;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit tussenarrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.