Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[appellante] ,
[appellant],
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De verdere motivering van de beslissing in hoger beroep
3.De slotsom
€ 309,00
€ 338,00
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele procedure in hoger beroep heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de rechtbank Gelderland vernietigd en de bank veroordeeld tot vergoeding van de schade die zij heeft veroorzaakt door tekortkoming bij de verstrekking van hypothecaire geldleningen.
Het hof constateerde dat het debat over de eigen schuld van appellanten onvoldoende was ontwikkeld en dat ook de billijkheidscorrectie op grond van artikel 6:101 lid 1 BW Pro nader moest worden onderzocht. Daarom verwees het hof deze kwesties naar de schadestaatprocedure, waarin de omvang van de schade, de eigen schuld en de billijkheidscorrectie nader zullen worden vastgesteld.
De bank stelde dat appellanten eigen schuld trof omdat zij zelf de hypotheekaanvraag hadden verzorgd, nadelige omstandigheden verzwegen en geen maatregelen namen bij financiële problemen. Appellanten betwistten dit en voerden aan dat de bank als professionele partij de verantwoordelijkheid draagt om overkreditering te voorkomen en consumenten te beschermen.
Het hof oordeelde dat de bank tekortgeschoten is in haar zorgplicht jegens appellanten en veroordeelde de bank tot terugbetaling van door appellanten betaalde bedragen met wettelijke rente, alsmede tot vergoeding van de schade nader op te maken bij staat. Tevens werden de proceskosten aan de zijde van appellanten toegewezen.
De uitspraak is gedaan door de rechters Wattel, Engberts en Steeg en op 6 december 2022 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en veroordeelt de bank tot schadevergoeding en terugbetaling met verwijzing naar schadestaatprocedure.