ECLI:NL:GHARL:2022:10904
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- H.L. Wattel
- Ch.E. Bethlem
- P.J. van der Korst
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens bovenmatige nieuwe schulden
Appellant is in 2018 toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. In 2021 werd de regeling verlengd tot maart 2023, tenzij de nieuwe schulden eerder volledig worden afgelost. De rechtbank beëindigde de regeling tussentijds in november 2022 omdat appellant tijdens de regeling een bovenmatige nieuwe schuldenlast van ruim €7.000,- had laten ontstaan, voornamelijk door niet-betaalde huur terwijl daarvoor middelen beschikbaar waren.
Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat hem geen verwijt valt te maken, dat hij verwacht de schulden te kunnen aflossen via een Wajong-uitkering of een schenking van een derde, en dat beëindiging grote gevolgen voor hem zou hebben. Het hof oordeelde echter dat de Wajong-uitkering onzeker is en waarschijnlijk niet tijdig zal worden toegekend. De voorgestelde schuldoverneming door een derde is nog niet definitief overeengekomen met schuldeisers en biedt geen garantie voor tijdige aflossing.
Gezien deze omstandigheden concludeert het hof dat sprake is van bovenmatige nieuwe schulden die leiden tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling. De belangen van appellant wegen niet op tegen deze conclusie. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens bovenmatige nieuwe schulden.