Partijen zijn in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland inzake kinderalimentatie voor hun minderjarige kinderen. De vrouw vordert een hogere alimentatie gebaseerd op een hogere behoefte van het stiefkind en een hogere draagkracht van de man. Het hof bevestigt dat de rechtbank de behoefte van het stiefkind juist heeft vastgesteld en wijst de vermindering van de resterende behoefte met zorgkorting af, omdat deze alleen de alimentatieplicht van de vader van het stiefkind beïnvloedt.
De man mocht zijn baan als internationaal vrachtwagenchauffeur opzeggen wegens overbelasting, waardoor geen sprake is van verwijtbaar inkomensverlies. Het hof herberekent de draagkracht van de man aan de hand van recente loonstroken en stelt deze vast op €677 per maand vanaf november 2021. De draagkracht wordt naar rato verdeeld over de drie minderjarige kinderen. De vrouw heeft een hogere draagkracht dan eerder vastgesteld.
Op basis van deze gegevens stelt het hof de kinderalimentatie vast voor twee perioden: van 10 augustus 2021 tot 1 november 2021 en vanaf 1 november 2021. De bestreden beschikking wordt vernietigd en de alimentatiebedragen worden aangepast. De overige vorderingen worden afgewezen.