Uitspraak
[appellant],
1.[geïntimeerde1] ,
[geïntimeerden],
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De verdere beoordeling
De beslissing
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak ging het om een burengeschil betreffende de erfgrens en een overbouw met een gemetselde muur en pilaar die een balkon ondersteunt. Gedaagde, hier appellant, had bewust afgeweken van de vergunning bij de bouw van een bedrijfspand en geen kadastrale inmeting laten uitvoeren, terwijl de erfgrenzen niet visueel zichtbaar waren op het braakliggende terrein. Het hof oordeelde dat dit handelen te kwader trouw was en dat appellant geen beroep kon doen op artikel 5:54 lid 1 BW Pro vanwege grove schuld.
Daarnaast werd geoordeeld dat eisers een redelijk belang hadden bij de vordering tot verwijdering van de overbouw en geen misbruik maakten van hun eigendomsrecht. Appellant mocht aantonen dat er een mondelinge afspraak was over het plaatsen van een vlaggenmast op het perceel van eisers, maar de getuigenverklaringen en het dossier boden hiervoor geen overtuigend bewijs. De verklaringen van de buren en betrokken getuigen spraken de stelling van appellant tegen.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland en veroordeelde appellant tot betaling van de proceskosten van eisers, inclusief nakosten en wettelijke rente. De vordering tot verwijdering van de overbouw werd toegewezen, en verdere vorderingen werden afgewezen. Het arrest werd uitgesproken op 6 december 2022 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellant tot verwijdering van de overbouw en betaling van proceskosten.