Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekers in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak gaat het om het hoger beroep van bewindvoerders tegen een beschikking van de kantonrechter die hun verzoek tot machtiging tot betaling van autoverzekering en wegenbelasting voor een aangepaste auto afwees.
De onder bewind gestelde, geboren in 1989 en rolstoelafhankelijk, heeft met giften en eigen bijdrage een aangepaste auto aangeschaft. De bewindvoerders verzorgen hem en ontvangen daarvoor een vergoeding uit zijn persoonsgebonden budget. Zij stellen dat er voldoende inkomsten zijn om de kosten van de auto te betalen zonder dat andere grote uitgaven worden verwacht.
Het hof stelt vast dat de auto eigendom is van de onder bewind gestelde en dat hij voldoende inkomsten heeft, mede door een verhoogde Wajong-uitkering, om de jaarlijkse kosten van autoverzekering en wegenbelasting te voldoen. Daarom verleent het hof de gevraagde machtiging met ingang van de tenaamstellingsdatum van de auto.
Daarnaast overweegt het hof dat de bewindvoerders zonder toestemming van de kantonrechter niet goederenrechtelijk over de auto kunnen beschikken en adviseert overleg over vergoeding bij gebruik ten behoeve van het gezin. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd en een veroordeling van de onder bewind gestelde in de proceskosten wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof verleent de bewindvoerders machtiging om de kosten van autoverzekering en wegenbelasting uit het inkomen van de onder bewind gestelde te betalen.