ECLI:NL:GHARL:2022:11706
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- J. Corthals
- R. Prakke-Nieuwenhuizen
- G. Dam
- Rechtspraak.nl
Hof bevestigt vrijspraak wegens onvoldoende bewijs rooktabak zonder industriële bewerking
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de rechtbank Overijssel bevestigd waarin verdachte werd vrijgesproken van het ten laste gelegde onder feit 1. Het hof oordeelde dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat de aangetroffen tabak zonder verdere industriële bewerking geschikt was om te roken als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de Wet op de Accijns.
De officier van justitie had hoger beroep ingesteld tegen de vrijspraak, met name gericht op de kwalificatie van de tabak als rooktabak. De advocaat-generaal stelde echter dat het openbaar ministerie geen belang meer had bij de behandeling van het onder feit 2 tenlastegelegde, waardoor het hof het hoger beroep voor dat feit niet-ontvankelijk verklaarde.
Het hof nam kennis van de vorderingen en de verdediging, waarbij verdachte niet was verschenen. Na onderzoek van het dossier en de bevindingen van het Douane Laboratorium concludeerde het hof dat de enkele omstandigheid dat de tabak na versnijding in een rookmachine kon worden gerookt onvoldoende is om te concluderen dat het rooktabak betrof zonder industriële bewerking.
Daarom werd het vonnis van de rechtbank bevestigd met een aanvullende motivering. Het openbaar ministerie werd niet-ontvankelijk verklaard voor het hoger beroep tegen het tweede feit. Het arrest werd op 5 augustus 2022 uitgesproken door het hof in Zwolle.
Uitkomst: Het hof bevestigt de vrijspraak wegens onvoldoende bewijs dat de tabak zonder industriële bewerking geschikt was als rooktabak.