Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Stichting Jeugdbescherming Overijssel,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De minderjarige, geboren in 2006, was onder toezicht gesteld en had een machtiging tot uithuisplaatsing. Na verlenging van deze machtiging verleende de kinderrechter een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp voor twee weken, gevolgd door een machtiging voor twee maanden. De minderjarige liep medio januari 2022 weg uit de gesloten instelling en was tijdens de zitting onvindbaar.
De minderjarige was voorafgaand aan de machtiging niet onderzocht door een gedragswetenschapper, omdat hij onvindbaar was. Het hof oordeelde dat dit geen beletsel vormde voor het verlenen van de machtiging, aangezien het onderzoek zo spoedig mogelijk na terugkeer is uitgevoerd. De wettelijke vereisten voor de machtiging waren daarmee vervuld.
Het hof constateerde dat de minderjarige ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen heeft die zijn ontwikkeling ernstig belemmeren en dat opname noodzakelijk is om te voorkomen dat hij zich aan de noodzakelijke zorg onttrekt. Daarom werd de bestreden beschikking bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging gesloten jeugdhulp ondanks het aanvankelijk ontbreken van gedragswetenschappelijk onderzoek.