Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een jeugdige van 13 jaar die onder voogdij staat van een gecertificeerde instelling (GI) en sinds eind 2021 is geplaatst in een gesloten jeugdzorginstelling. De jeugdige en haar advocaat zijn in hoger beroep gekomen tegen de machtiging tot gesloten plaatsing die door de kinderrechter was verleend wegens ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen en het risico dat zij zich aan hulpverlening onttrekt.
De jeugdige functioneert op een moeilijk lerend niveau en vertoont gedragingen zoals weglopen, het niet nakomen van afspraken en omgang met risicovolle jongeren, wat haar veiligheid ernstig bedreigt. Ondanks meerdere kansen in open en gezinshuissettings kon haar veiligheid niet worden gewaarborgd. Het hof heeft de overgelegde stukken en mondelinge behandeling betrokken in haar oordeel.
Het hof oordeelt dat de gesloten plaatsing noodzakelijk is voor de veiligheid en stabiliteit van de jeugdige. Hoewel de jeugdige een positieve gedragslijn laat zien, is deze nog te kort om de machtiging in te korten. Het hof benadrukt het belang van een zorgvuldige gezinstaxatie om de beste woon- en opvoedsituatie te bepalen, waarbij ook de mogelijkheid van terugkeer naar de moeder wordt onderzocht.
De beslissing van de kinderrechter wordt bekrachtigd en het verzoek tot vernietiging of verkorting van de machtiging wordt afgewezen. Het vonnis is in heldere taal aan de jeugdige toegelicht om haar begrip van de situatie te bevorderen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot gesloten plaatsing van de jeugdige vanwege haar veiligheid en ontwikkelingsbehoefte.