Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2022:1757

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
8 maart 2022
Publicatiedatum
8 maart 2022
Zaaknummer
200.234.891
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geschil over verkrijgende verjaring en teruglevering strook grond tussen gemeente en ondernemer

In deze civiele zaak staat een conflict centraal tussen een gemeente en een ondernemer over de verkrijgende verjaring van een strook grond. De ondernemer stelt eigenaar te zijn geworden van de grond door verjaring, terwijl de gemeente teruglevering vordert wegens onrechtmatige inbezitneming.

De rechtbank Midden-Nederland had eerder geoordeeld dat de ondernemer eigenaar was van een strook grond, uitgezonderd een toegangsweg, en veroordeelde hem tot teruglevering aan een derde partij, Midstate v.o.f., waarbij de gemeente medewerking moest verlenen. De ondernemer tekende hoger beroep aan tegen dit vonnis, en de gemeente overwoog eveneens hoger beroep.

Het hof constateert dat er sprake is van tegenstrijdige rechterlijke uitspraken, mede doordat een derde partij een beter recht op een deel van het perceel heeft. Het hof nodigt partijen uit om nadere informatie te verschaffen over de exacte omvang en locatie van de strook grond die teruggeleverd moet worden. De zaak wordt aangehouden en naar een latere rolverdeling verwezen om verdere besluitvorming te faciliteren.

Uitkomst: De zaak is aangehouden en verwezen naar een latere rolverdeling voor nadere informatie over de omvang van de grond en de stand van zaken in een gerelateerde procedure.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.234.891
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, C/16/423624)
arrest van 8 maart 2022
in de zaak van

1.[appellant] ,

wonende te [woonplaats1] ,
2. de erven van
[appellante],
laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats1] ,
appellanten in het principaal hoger beroep,
geïntimeerden in het incidenteel hoger beroep,
in eerste aanleg: eisers in conventie, verweerders in reconventie,
hierna: [de ondernemer] , de erven en tezamen [de ondernemer] c.s.,
advocaat: mr. B. van Eijk,
tegen:
de rechtspersoon naar publiek recht
Gemeente Woerden,
zetelende te Woerden,
geïntimeerde in het principaal hoger beroep,
appellante in het incidenteel hoger beroep,
in eerste aanleg: gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,
hierna: de Gemeente,
advocaat: mr. H.J. Doelman.

1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1
Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 3 augustus 2021 hier over.
1.2
Het verdere verloop blijkt uit:
■ de antwoordakte van [de ondernemer] c.s. van 31 augustus 2021 met producties,
■ de antwoordakte van de Gemeente van 28 september 2021 met producties.
1.3
Vervolgens heeft het hof arrest bepaald.
2
De verdere motivering van de beslissing in het principaal en incidenteel hoger beroep
2.1
Het hof heeft in zijn tussenarrest van 3 augustus 2021 partijen uitgenodigd de consequenties van het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 31 maart 2021 (C/16/503156), gewezen tussen [de ondernemer] , de Gemeente en Midstate v.o.f., voor deze procedure weer te geven en ook om zich erover uit te laten in hoeverre het perceel dat in die procedure centraal staat samenvalt met de percelen A en B, zoals partijen die in deze procedure hebben gedefinieerd. Partijen hebben ieder bij akte gevolg gegeven aan de uitnodiging.
2.2
Uit de door partijen verschafte informatie blijkt dat de rechtbank op 7 juli 2021 eindvonnis heeft gewezen. In dat eindvonnis heeft de rechtbank beslist (1) dat [de ondernemer] door verjaring eigenaar is geworden van de strook grond, die een onderdeel uitmaakt van het perceel kadastraal bekend gemeente Woerden, sectie [Y] , nummer [nummer1] , uitgezonderd de toegangsweg die over de strook grond loopt en die eigendom is gebleven van Midstate en (2) dat [de ondernemer] wordt veroordeeld die strook grond weer in eigendom over te dragen aan Midstate aan welke levering de Gemeente gehouden is medewerking te verlenen. [de ondernemer] kan zich niet in de beslissingen van de rechtbank vinden en heeft vermeld bij dagvaarding van 23 augustus 2021 hoger beroep te hebben ingesteld tegen het vonnis van 7 juli 2021. De Gemeente heeft aangeven te overwegen van beide vonnissen in hoger beroep te komen.
2.3
Bij het hof is geen hoger beroep op de vonnissen van de rechtbank Midden-Nederland van 31 maart 2021 en 7 juli 2021 bekend. Het hof is daarom genoodzaakt de procedure wederom naar de rol te verwijzen, opdat partijen het hof informeren over de stand van zaken in die procedure. Als die vonnissen kracht van gewijsde hebben gekregen, zal het hof daarmee in de onderhavige zaak rekening houden. Als is gedagvaard op een lange termijn om eerst het oordeel van het hof in deze zaak af te wachten, beslist het hof dat het daaraan niet zal meewerken. Als partijen het oordeel van het hof wensen over de vragen die spelen in de zaak C/15/503156, zal het hof onder gebruikmaking van zijn regierol dat slechts doen in samenhang met de vragen die in de onderhavige zaak spelen. Als toch blijkt dat er hoger beroep in de zaak C/15/503156 loopt, zal het hof de zaken gevoegd gaan behandelen. Anders is het risico op tegenstrijdige uitspraken, dat in dit geval vermijdbaar is, te groot.
2.4
De Gemeente heeft aangegeven dat het ten tijde van het nemen van haar akte niet duidelijk was of en in hoeverre de strook grond, die in de zaak C/15/503156 onderwerp van debat is, samenvalt met de percelen A en B, die in deze procedure centraal staan, het andere punt waarover het hof een vraag aan partijen had gesteld. De Gemeente heeft vervolgd dat het in de rede ligt dat zij met Midstate in overleg treedt over de exacte omvang van de strook grond, die [de ondernemer] aan Midstate moet terugleveren. Het hof nodigt partijen uit ook daarover informatie te verschaffen en wel zodanig dat het voor het hof duidelijk is wat volgens partijen de exacte omvang is van de strook grond en de locatie ervan.
2.5
Het hof zal de zaak naar de rol van 5 april 2022 verwijzen opdat beide partijen op die datum het hof informeren over de in 2.3 en 2.4 genoemde kwesties. Zij kunnen op de roldatum van vier weken na het nemen van de aktes reageren op elkaars aktes.
2.6
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.De beslissing

Het hof, recht doende in principaal en incidenteel hoger beroep:
verwijst de zaak naar de rol van 5 april 2022 opdat beide partijen op die datum het hof informeren over de in 2.3 en 2.4 genoemde kwesties. Zij kunnen op de rol van vier weken na het nemen van de aktes reageren op elkaars aktes;
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Dit arrest is gewezen door mrs. F.J. de Vries, M. Schoemaker en E.H.P. Brans en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 8 maart 2022.