ECLI:NL:GHARL:2022:2112
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugverhuizing moeder met kind binnen co-ouderschapsregeling
Partijen, ouders met gezamenlijk ouderlijk gezag over een minderjarig kind, zijn uit elkaar gegaan waarna de moeder met het kind naar een andere woonplaats verhuisde zonder toestemming van de vader. De rechtbank Noord-Nederland bepaalde dat het hoofdverblijf van het kind bij de moeder is, maar dat zij binnen een straal van 30 km van de vader moet wonen. De moeder moest terugverhuizen, wat zij niet deed, waarna de vader een kort geding startte.
Het hof oordeelt dat de moeder niet zonder toestemming van de vader mocht verhuizen en dat het belang van het kind vereist dat de moeder terugkeert binnen de gestelde afstand om de co-ouderschapsregeling voort te zetten. De moeder kon onvoldoende aantonen dat er een bindende afspraak was dat het hoofdverblijf bij de vader zou komen vanaf de vierde verjaardag van het kind.
De dwangsom van €100 per week bij niet-naleving is terecht opgelegd. De belangen van de moeder, zoals de zorg voor haar zieke vader en haar netwerk, wegen niet op tegen het belang van het kind. Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: De moeder moet terugverhuizen binnen 30 km van de vader en de dwangsom blijft gehandhaafd.