In deze ontnemingszaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland waarbij betrokkene was verplicht tot betaling van €28.441,94 aan wederrechtelijk verkregen voordeel. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak opnieuw beoordeeld.
Uit het strafdossier en de behandeling van de vordering bleek dat betrokkene financieel voordeel heeft genoten uit meerdere strafbare feiten, waaronder oplichting. Het hof heeft het voordeel op basis van bankafschriften en andere bewijsmiddelen geschat op in totaal €30.839,88, verdeeld over vier bankrekeningen en een Skrill-account.
De bedragen op de verschillende rekeningen zijn toegeschreven aan misdrijven zoals oplichting, waarbij omschrijvingen op bankafschriften zoals 'gerechtsdeurwaarders' en 'finale kwijting' werden aangetroffen. De verdediging heeft zich geconformeerd aan de eerdere beslissing van de rechtbank.
Het hof heeft op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht de verplichting tot betaling van het vastgestelde bedrag aan de Staat opgelegd en de maximale duur van gijzeling vastgesteld op 616 dagen. Het arrest is uitgesproken op 31 maart 2022 door de meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.