ECLI:NL:PHR:2026:100
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens executoriaal beslag na ontnemingsvonnis
De zaak betreft een cassatieberoep van een veroordeelde tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland die hem niet-ontvankelijk verklaarde in zijn klaagschrift wegens overschrijding van de termijn zoals bedoeld in art. 5.5.12 jo. 552a lid 3 Sv.
Het conservatoir beslag op geldbedragen, gelegd in Denemarken ter uitvoering van een Europees bevriezingsbevel, is na het onherroepelijk worden van het arrest in de ontnemingszaak overgegaan in executoriaal beslag. Dit betekent dat de veroordeelde geen belang meer heeft bij het cassatieberoep tegen de beslagbeschikking.
De Hoge Raad bevestigt dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is omdat het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden onherroepelijk is geworden en de executie van de ontnemingsvordering reeds is gestart. De termijnoverschrijding in het klaagschrift is daardoor irrelevant geworden.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekt ertoe de veroordeelde niet-ontvankelijk te verklaren in zijn cassatieberoep, waarmee het beroep wordt afgewezen zonder inhoudelijke behandeling van het middel.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de veroordeelde wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang na executoriaal beslag.