In deze zaak staat centraal of de werknemer gehouden kan worden aan een concurrentiebeding dat een geografisch bereik van 25 kilometer rondom Enschede omvat, terwijl de werkgever na het aangaan van de arbeidsovereenkomst is verhuisd naar Apeldoorn.
De werknemer heeft het concurrentiebeding geschonden door bij een concurrent binnen de genoemde straal te gaan werken. De kantonrechter schorste het beding, maar de werkgever ging in hoger beroep. Het hof oordeelt dat het concurrentiebeding onduidelijk is omdat het niet is aangepast aan de verhuizing en dat de werkgever onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het beding ook na verhuizing voor Enschede geldt.
Daarnaast weegt het hof de belangen af en concludeert dat de werkgever onvoldoende concreet heeft aangetoond dat zij door de overstap van de werknemer schade lijdt aan haar bedrijfsdebiet of klantenbestand. De werknemer heeft daarentegen een zwaarwegend belang bij het uitoefenen van zijn arbeidsvrijheid, waaronder een betere werk-privébalans en minder reistijd.
Het hof bekrachtigt daarom het vonnis van de kantonrechter dat het concurrentiebeding schorst en veroordeelt de werkgever in de kosten van het hoger beroep.