Het huwelijk van partijen werd in 2014 ontbonden en de man betaalde destijds kinderalimentatie van €304,50 per kind per maand. Na ontslag in 2018 en een lager inkomen als vrachtwagenchauffeur, verzocht de man om verlaging van de alimentatie. De vrouw kwam in hoger beroep tegen de verlaging van de rechtbank.
Het hof oordeelt dat de vrouw ontvankelijk is in het hoger beroep voor de jongmeerderjarige, die inmiddels zelf procesbekwaam is. Er is sprake van wijziging van omstandigheden door het inkomensverlies van de man, dat niet verwijtbaar of herstelbaar is vanwege gehoorproblemen en het beëindigen van zijn dienstverband bij zijn voormalige werkgever.
De draagkracht van de man wordt berekend op basis van zijn werkelijke netto inkomen en werkelijke woonlasten, die aanzienlijk lager zijn dan het forfaitaire bedrag. De vrouw ontvangt een WAO-uitkering en heeft geen woonlasten. De gezamenlijke draagkracht is onvoldoende om volledig in de behoefte van de kinderen te voorzien.
Het hof bepaalt dat de man €228 per kind per maand moet bijdragen, exclusief de kosten op de dagen dat de kinderen bij hem zijn. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. De bestreden beschikking wordt vernietigd en de alimentatie gewijzigd.