In deze zaak ging het om de machtiging tot opname en verblijf van een minderjarige in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp. De kinderrechter had deze machtiging verleend voor de periode van 22 januari tot 22 april 2022. De minderjarige, hierna verzoekster, ging in hoger beroep tegen deze beslissing.
De verzoekster stelde dat zij onvoldoende gelegenheid had gehad om de verklaring van de gedragswetenschapper te bespreken en dat de gesloten plaatsing niet passend was vanwege haar timide karakter en de agressieve medebewoners. Zij wenste een lichtere vorm van hulpverlening en vroeg om eerdere start van therapieën zoals EMDR.
De gecertificeerde instelling en de ouders stelden dat de gesloten plaatsing noodzakelijk was voor haar veiligheid en bescherming tegen invloeden van buitenaf, mede vanwege een risicovolle afhankelijkheidsrelatie met een 23-jarige. Het hof oordeelde dat aan de wettelijke vereisten was voldaan, dat de ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen de ontwikkeling ernstig belemmeren en dat de gesloten plaatsing noodzakelijk is om onttrekking aan zorg te voorkomen.
Het hof bekrachtigde de beschikking van de kinderrechter en benadrukte dat de jeugdbeschermer mogelijkheden heeft om de plaatsing te versoepelen indien de verzoekster zich aan afspraken houdt en voldoende vooruitgang boekt richting een open setting.