Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak betreffende personen- en familierecht heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 11 januari 2022 een beschikking gegeven in hoger beroep over een omgangsregeling tussen een vader en zijn minderjarige kind.
Het hof constateerde dat er aanvankelijk onvoldoende inzicht was in de actuele persoonlijke situatie van de vader en de toestand van het kind. Na het indienen van aanvullende stukken door de vader, waaronder een positieve afsluitbrief van Verslavingszorg Noord Nederland en andere ondersteunende documenten, concludeerde het hof dat er geen contra-indicaties zijn voor omgang vanuit het perspectief van de vader.
Echter blijft onduidelijk of omgang in het belang van het kind is, mede omdat de moeder aangeeft dat het kind pas contact wil na zijn achttiende verjaardag. Het hof acht het daarom noodzakelijk dat de stem van het kind beter wordt vertegenwoordigd en benoemt een bijzondere curator om de wensen en belangen van het kind te onderzoeken en te rapporteren.
De bijzondere curator krijgt de opdracht om binnen drie maanden verslag uit te brengen, waarna partijen kunnen reageren en het hof een definitieve beslissing zal nemen. De zaak wordt aangehouden totdat het rapport is ontvangen en beoordeeld.
Uitkomst: Het hof benoemt een bijzondere curator om de belangen en stem van de minderjarige te behartigen in het omgangsgeschil.