ECLI:NL:GHARL:2022:2527

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
1 april 2022
Publicatiedatum
1 april 2022
Zaaknummer
Wahv 200.286.595/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 5 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor niet volgen voorsorteerstrook ondanks file en beperkte staandehoudingsmogelijkheid

De betrokkene kreeg een sanctie van €240 opgelegd voor het niet volgen van de richting van een voorsorteerstrook op de Jan van Galenstraat in Amsterdam. De betrokkene voerde aan dat de bestuurder door drukte op de weg eerst op de voorsorteerstrook voor linksaf reed en pas later van rijstrook wisselde, en dat de sanctie ten onrechte aan de kentekenhouder was opgelegd.

De ambtenaar verklaarde dat de bestuurder gebruik maakte van de voorsorteerstrook voor linksaf, maar uiteindelijk rechtdoor reed en pas in het vak met de doorgetrokken streep terugkeerde naar de rijbaan voor rechtdoor rijden. Een staandehouding was niet mogelijk vanwege een file en een eenbaansweg.

Het hof oordeelde dat er wel degelijk sprake was van een voorsorteerstrook waaruit een keuze tussen rijrichtingen gemaakt kon worden, en dat de gedraging van het niet volgen van de voorsorteerstrook daardoor is vastgesteld. Omdat er geen reële mogelijkheid was tot staandehouding, mocht de sanctie terecht aan de kentekenhouder worden opgelegd.

De kantonrechter had het beroep tegen de sanctie ongegrond verklaard en het hof bevestigt deze beslissing. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Uitkomst: Het hof bevestigt de sanctie van €240 voor het niet volgen van de voorsorteerstrook en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.286.595/01
CJIB-nummer
: 229243006
Uitspraak d.d.
: 1 april 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 29 oktober 2020, betreffende

[de betrokkene] N.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De bezwaren van de gemachtigde zijn gericht tegen de ongegrondverklaring van het beroep tegen de inleidende beschikking waarbij aan de betrokkene als kentekenhouder een sanctie is opgelegd van € 240,- voor: “op een kruispunt niet de richting volgen die de voorsorteerstrook aangeeft”. Deze gedraging zou zijn verricht op 12 oktober 2019 om 14:57 uur op de Jan van Galenstraat in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de bestuurder op de linker rijstrook reed en zo terecht kwam op de voorsorteerstrook voor links afslaand verkeer. Door de drukte op de weg heeft het even geduurd voordat hij van rijstrook kon wisselen. De bestuurder maakte een eerste keuze. De gemachtigde verwijst in dit verband naar het arrest van het hof van 19 november 2018, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2018:10008, alsmede naar een door hem bijgevoegde reactie van de advocaat-generaal op de nadere toelichting in een vergelijkbare zaak. Verder voert de gemachtigde aan dat de sanctie ten onrechte aan de betrokkene als kentekenhouder is opgelegd. Uit de verklaring van de ambtenaar blijkt volgens de gemachtigde niet dat een staandehouding onmogelijk was, maar slechts dat de mogelijkheid daartoe minimaal was.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik zag dat de betrokkene als bestuurder gebruik maakte van de voorsorteerstrook met een pijl die wees in de richting links en dat de betrokkene geen gevolg gaf aan deze op de voorsorteerstrook aangegeven richting. Betrokkene reed in de richting: Robert Scottstraat. Ik zag dat deze overtreding plaats vond ter hoogte van de kruising/splitsing: JvG met Robert Scottstraat. Reed de file voorbij. (…)
Reden geen staandehouding: Te druk met verkeer.”
5. Voorts bevindt zich in het dossier een proces-verbaal d.d. 13 februari 2020 waarin de ambtenaar voor zover relevant het volgende verklaart:
“De bestuurder maakte gebruik van het voorsorteervak voor linksaf op de Jan van Galenstraat in de richting van de Robert Scottstraat, echter ging hij rechtdoor en bleef op de Jan van Galenstraat rijden. Dit wordt vaak gedaan om de wachtende rij auto’s/file te omzeilen. De bestuurder van genoemd voertuig is op het laatste moment, dus in het vak met de doorgetrokken streep, weer terug de rijbaan voor rechtdoor, de Jan van Galenstraat, opgereden. (…)
De reden dat er geen staandehouding heeft plaatsgevonden is omdat het een grote file is en een eenbaansweg. De mogelijkheid om het voertuig op tijd aan de kant te zetten is hierdoor minimaal.”
6. De stelling van de gemachtigde dat het maken van een eerste keuze is toegestaan, berust op een verkeerde lezing van het door de gemachtigde genoemde arrest. Het hof zag zich in die zaak voor de vraag gesteld wanneer sprake is van voorsorteren of van een voorsorteerstrook. Het hof achtte voor de beantwoording van die vraag van belang dat voordat sprake kan zijn van voorsorteren, een keuze moet kunnen worden gemaakt tussen rijstroken met verschillende richtingen. Op basis van de feitelijke situatie ter plaatse heeft het hof in die zaak geoordeeld dat geen sprake was van een voorsorteerstrook, omdat daar enkel rechts afgeslagen mocht worden en geen keuze kon worden gemaakt tussen verschillende rijstroken met verschillende rijrichtingen. In de onderhavige zaak kan die keuze wel worden gemaakt en is dus wel sprake van een voorsorteerstrook. Uit de verklaring van de ambtenaar volgt dat de bestuurder gebruik maakte van de voorsorteerstrook voor links afslaand verkeer en op het laatste moment toch rechtdoor reed. Het hof ziet in hetgeen de gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding om daaraan te twijfelen. Aldus kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
7. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
8. Uit de verklaring van de ambtenaar volgt dat er geen staandehouding heeft plaatsgevonden omdat er een file was en sprake was van een eenbaansweg. Hieruit blijkt naar het oordeel van het hof genoegzaam dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder heeft voorgedaan. Aldus is de sanctie terecht met toepassing van artikel 5 van Pro de Wahv aan de betrokkene als kentekenhouder opgelegd.
9. Het voorgaande brengt mee dat de kantonrechter het beroep tegen de inleidende beschikking terecht ongegrond heeft verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter dan ook bevestigen.
10. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.