Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De vader en moeder oefenen gezamenlijk het gezag uit over hun minderjarige kind, dat bij de moeder woont. De rechtbank had op 25 juni 2021 bepaald dat de minderjarige onder toezicht wordt gesteld van een gecertificeerde instelling (GI) vanwege bedreigingen in de ontwikkeling van het kind.
De moeder ging in hoger beroep tegen deze beschikking en verzocht het hof de ondertoezichtstelling te vernietigen en af te wijzen. De raad voor de kinderbescherming en de vader voerden verweer en verzochten het hof de beschikking te bekrachtigen.
Het hof oordeelde dat de wettelijke vereisten voor ondertoezichtstelling zijn vervuld. De moeder werkt niet mee aan de uitvoering, waardoor onvoldoende zicht is op de thuissituatie en het kind geïsoleerd dreigt op te groeien. Ook de omgang tussen vader en kind is door de moeder belemmerd.
De GI gaf aan dat de ondertoezichtstelling door de opstelling van de moeder moeilijk uitvoerbaar is, maar achtte bekrachtiging noodzakelijk. Het hof volgde dit oordeel en bekrachtigde de beschikking, met de verwachting dat de GI alle beschikbare instrumenten zal inzetten om de situatie te verbeteren.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling van de minderjarige en wijst het hoger beroep van de moeder af.