Uitspraak
[appellant],
De Alliantie,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De appellant huurt sinds 2010 een aangepaste sociale huurwoning van Stichting De Alliantie, maar de verhuurder stelt dat hij deze woning niet als hoofdverblijf gebruikt en aan derden in gebruik geeft. Uit onderzoek van de gemeente en huisbezoeken bleek dat appellant elders woont en anderen de woning bewonen. De kantonrechter wees de vordering van De Alliantie tot ontbinding en ontruiming toe.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn handicap en medische behandelingen verklaren waarom hij minder in de woning verblijft en dat het gebruik van taxirittenregistratie als bewijs discriminerend is. Het hof oordeelde dat de stellingen van De Alliantie concreet en goed onderbouwd zijn, terwijl appellant onvoldoende gemotiveerd heeft betwist dat hij geen hoofdverblijf in de woning heeft en deze aan derden in gebruik geeft.
Het hof overwoog dat het gebruik van de taxirittenregistratie niet discriminerend is omdat het onderzoek is gestart vanwege langdurige afwezigheid en volle brievenbus, niet vanwege de handicap. De belangenafweging leidde tot de conclusie dat ontbinding gerechtvaardigd is, mede omdat appellant over een aangepast vertrek elders beschikt en de woning schaars is voor de doelgroep. Het beroep op redelijkheid en billijkheid faalde, waarna het hof het vonnis van de kantonrechter bekrachtigde.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontbinding van de huurovereenkomst en veroordeelt appellant tot ontruiming en betaling van kosten.