Verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken van het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs. Het Openbaar Ministerie stelde hiertegen hoger beroep in. Het hof vernietigt het vonnis van de politierechter vanwege een andere bewijswaardering en doet opnieuw recht.
Uit het dossier blijkt dat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen het rijbewijs van verdachte ongeldig heeft verklaard en dit besluit aangetekend naar zijn adres heeft verzonden. Verdachte werd persoonlijk door de politie geïnformeerd over de ongeldigverklaring bij een aanhouding, en erkende dit te begrijpen. Hierdoor is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was toen hij op de tenlastegelegde datum reed.
Gezien de ernst van het feit en de recidive van verdachte, die eerder soortgelijke veroordelingen kreeg, legt het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 4 weken op. De inbeslaggenomen personenauto, die op naam van verdachte stond, wordt verbeurd verklaard. De vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke veroordeling wordt afgewezen.