Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Deze civiele zaak betreft de vraag of appellant aan geïntimeerde een commissie moet betalen in verband met de verkoop van een vakantiewoning in Frankrijk. De kantonrechter had reeds geoordeeld dat appellant 2% commissie aan geïntimeerde verschuldigd was. Het hof bevestigt dit oordeel.
De feiten tonen aan dat geïntimeerde sinds 2005/2006 de woning beheerde en bemiddelde in verhuur, en dat bij verkoop in 2015 een makelaarskantoor werd ingeschakeld. Uit e-mailcorrespondentie blijkt dat de commissie tussen makelaar en geïntimeerde werd verdeeld, waarbij geïntimeerde recht had op 2%. Appellant betwistte aanvankelijk het bestaan van een afspraak en later dat de commissie alleen verschuldigd zou zijn indien geïntimeerde de koper aanbracht.
Het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en dat Nederlands recht van toepassing is. Uit de e-mails volgt dat de commissie niet afhankelijk was van wie de koper aanbracht, maar op de verkoop zelf zag. Nieuwe stellingen van appellant dat hij de volledige commissie aan de makelaar betaalde en dat deze de 2% aan geïntimeerde moest afdragen, worden verworpen wegens gebrek aan bewijs en te late onderbouwing.
De grieven van appellant falen en het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter. Appellant wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van geïntimeerde.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat appellant een commissie van 2% aan geïntimeerde moet betalen en veroordeelt appellant in de proceskosten.