Belanghebbende BV maakte bezwaar tegen naheffingsaanslagen overdrachtsbelasting opgelegd door de Inspecteur, vanwege een interne reorganisatie waarbij een natuurlijke persoon betrokken was. De rechtbank wees het beroep grotendeels af omdat volgens de wet en het uitvoeringsbesluit alleen vennootschappen deel kunnen uitmaken van een concern, niet natuurlijke personen.
In hoger beroep stond centraal of een natuurlijke persoon deel kan uitmaken van een concern in de zin van artikel 5b van het Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer, wat bepalend is voor de toepassing van de vrijstelling van overdrachtsbelasting bij interne reorganisatie. Het hof overwoog dat de wettelijke tekst en wetsgeschiedenis duidelijk maken dat natuurlijke personen niet als onderdeel van een concern worden beschouwd en dat de vrijstelling beperkt moet worden uitgelegd.
Belanghebbende stelde dat dit onderscheid discriminerend is, maar het hof verwierp dit standpunt. De wetgever heeft ruime beoordelingsvrijheid op fiscaal gebied en het onderscheid is evident van redelijke grond voorzien. De interne reorganisatievrijstelling is bedoeld voor overdrachten tussen vennootschappen binnen een concern en niet voor natuurlijke personen.
Het hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Partijen kunnen nog cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.