Uitspraak
1.[appellant] ,
[appellant],
[appellante],
[appellanten] c.s.,
1.[geïntimeerde1] ,
hierna:
[geïntimeerde1],
2. [geïntimeerde2],
wonende te [woonplaats2] ,
hierna:
[geïntimeerde2],
[geïntimeerden] c.s.,
1.De verdere procedure bij het hof
1.6 Met deze vordering hebben [appellanten] c.s. hun oorspronkelijke vorderingen gewijzigd. [geïntimeerden] c.s. hebben geen bezwaar gemaakt tegen deze wijziging van eis. Het hof ziet ook geen reden de wijziging van eis ambtshalve buiten beschouwing te laten en zal dan ook beslissen op de gewijzigde eis.
2.Waar gaat het in deze zaak over?
3.3. De vaststaande feiten
“
Voor wat betreft de goederen die niet beschreven staan in de overeenkomst maakt de heer [geïntimeerde1] gebruik van zijn retentierecht. (…) Zolang de opbrengst van de verkoop van goederen niet de in die overeenkomst beschreven bedrag, plus bijkomende deurwaarderskosten die tevens voor uw rekening zijn, niet is bereikt, zal de heer [geïntimeerde1] zijn retentierecht continueren.”
3.7 [appellanten] c.s. hebben de bedrijfsruimte niet per 31 mei 2019 volledig leeg opgeleverd aan [geïntimeerden] c.s.
4.4. De motivering van de beslissing
b. de huurovereenkomst is geëindigd door de overeenkomst en partijen dienden de in de overeenkomst vastgelegde verplichtingen na te komen.
c. met de in de overeenkomst vastgelegde eigendomsoverdracht is een zekerheidsoverdracht bedoeld en zo’n overdracht is geen geldige titel. De in de overeenkomst vermelde zaken zijn dan ook eigendom van [appellanten] c.s. gebleven voor zover ze niet met hun toestemming aan een derde in eigendom zijn overgedragen.
d. [geïntimeerden] c.s. kunnen zich ten aanzien van de andere zaken niet op een retentierecht beroepen.
e. Op grond van de overeenkomst dienden [appellanten] c.s. € 12.000,- aan [geïntimeerden] c.s. te betalen en de bedrijfsruimte vóór 1 juni 2019 te ontruimen.