Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder was in eerste aanleg niet de verzoeker van het verzoek tot vernietiging van de erkenning door de partner, maar de bijzondere curator die namens de minderjarige kinderen optrad. De rechtbank wees het verzoek van de bijzondere curator af. De moeder ging in hoger beroep met meerdere grieven, maar wijzigde haar verzoek tijdens de mondelinge behandeling.
Het hof heeft beoordeeld of de moeder als belanghebbende kan worden aangemerkt in hoger beroep. Volgens artikel 798 lid 1 Rv Pro is belanghebbende degene wiens rechten of verplichtingen rechtstreeks door de beslissing worden geraakt. De moeder werd in eerste aanleg als belanghebbende aangemerkt, maar het hof is van oordeel dat haar rechten niet rechtstreeks worden geraakt door de afwijzing van het verzoek tot vernietiging van de erkenning.
De erkenning is gebaseerd op artikel 1:205 lid 1 onder Pro a BW, bedoeld om de juridische werkelijkheid van het minderjarige kind in overeenstemming te brengen met de biologische werkelijkheid. Alleen het kind en de erkenner worden rechtstreeks geraakt. De moeder kan niet namens de kinderen optreden, die vertegenwoordigd worden door een bijzondere curator. Omdat de bijzondere curator niet binnen de wettelijke termijnen hoger beroep heeft ingesteld, is de moeder niet-ontvankelijk in haar beroep.
De bijzondere curator gaf aan het verzoek van de moeder te steunen, maar heeft dit niet formeel overgenomen binnen de termijnen. Daarom verklaart het hof het hoger beroep van de moeder niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de moeder niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang.