Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
h.o.d.n. [naam2],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- een journaalbericht van 4 maart 2021 namens de betrokkene met bijlage(n);
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Betrokkene, geboren in 1979, is veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf met terbeschikkingstelling voor maximaal vier jaar wegens brandstichting. Ondanks deze strafzaak en de opgelegde dwangverpleging is een mentorschap ingesteld vanwege haar geestelijke en lichamelijke toestand.
De kantonrechter stelde op 4 december 2020 een mentorschap in en benoemde een mentor. Betrokkene stelde hoger beroep in tegen deze beschikking en verzocht vernietiging en afwijzing van het mentorschap. Het hof hield meerdere zittingen, waarbij betrokkene schriftelijk en telefonisch haar standpunten kenbaar maakte.
Het hof oordeelde dat betrokkene onvoldoende in staat is haar niet-vermogensrechtelijke belangen zelf waar te nemen vanwege complexe PTSS, persoonlijkheidsstoornissen, automutilatie en chronische suïcidaliteit. De betrokkene heeft intensieve 24-uurszorg nodig en er is behoefte aan regie en coördinatie van verschillende hulpverleners, wat een mentorschap noodzakelijk maakt.
De betrokkene werd recentelijk detentieongeschikt verklaard en komt voor onbepaalde tijd in aanmerking voor langdurige zorg. Het hof achtte het niet nodig de uitkomst van de strafzaak af te wachten en bekrachtigde de beschikking van de kantonrechter. Het mentorschap blijft van kracht om de betrokkene te ondersteunen bij haar zorg en communicatie met hulpverleners.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het mentorschap en wijst het beroep van betrokkene af.