Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De man heeft de erkenning van een minderjarige, die hij niet biologisch vader blijkt te zijn, betwist en verzocht deze te vernietigen wegens bedrog of dwaling. De rechtbank wees dit verzoek af omdat het niet binnen de wettelijke termijn was ingediend. De man ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof bevestigde dat de man zijn verzoek te laat had ingediend, waardoor hij niet ontvankelijk was. Ook waren er geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering op de vervaltermijn rechtvaardigden. Daarnaast verzocht de man subsidiair een verklaring voor recht dat de erkenning nietig is, vanwege zijn geloof en culturele achtergrond.
Het hof oordeelde dat de man onvoldoende belang had bij deze verklaring, mede omdat de juridische situatie door wettiging in Nigeria onveranderd blijft en de man inmiddels geen voogdij meer heeft. Ook de minderjarige wilde geen verandering in de erkenning. Daarom werden de verzoeken afgewezen en de eerdere beschikkingen van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vernietiging van de erkenning en het verzoek om een verklaring voor recht dat de erkenning nietig is af.