Belanghebbende is eigenaar van een niet-woning in Nijmegen en betwist de aanslag onroerendezaakbelasting eigenaren (OZBE) over het kalenderjaar 2018. De heffingsambtenaar had de WOZ-waarde vastgesteld op €140.000 en de aanslag opgelegd. Na afwijzing van bezwaar en beroep bij de rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in.
De gemeente Nijmegen voerde een lastenverschuiving door waarbij de afvalstoffenheffing werd afgeschaft en de OZB-tarieven voor eigenaren van niet-woningen werden verhoogd. Dit was onderdeel van een beleidskeuze om lasten van gebruikers naar eigenaren te verschuiven en leegstand tegen te gaan.
Belanghebbende voerde aan dat de Verordening onroerendezaakbelasting 2018 in strijd was met artikel 219, lid 2 Gemeentewet omdat draagkrachtmotieven ten grondslag lagen, en dat onduidelijk was wat het aandeel van de afvalstoffenheffing in de OZBE was, waardoor controle onmogelijk werd. Het hof verwierp deze gronden, verwijzend naar eerdere jurisprudentie en het feit dat de WOZ-waarde als heffingsmaatstaf niet afhankelijk is van inkomen, winst of vermogen. Ook werd geoordeeld dat de opbrengstlimiet van afvalstoffenheffing niet van toepassing is op de OZB voor niet-woningen.
Het hof concludeerde dat de aanslag terecht is opgelegd en dat geen strijd met hogere regelgeving of rechtsbeginselen is gebleken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.