Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
- bevestiging van het vonnis, behalve voor wat betreft de bewezenverklaring voor feit 1 en de strafoplegging;
- veroordeling ter zake van het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren, met aftrek van voorarrest, teruggave van het beslag aan de verdachte en toewijzing van de vorderingen tot tenuitvoerlegging.
Het vonnis waarvan beroep
- een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, verdachte voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 3 december 2019 (parketnummer 10-287219-19);
- een gevangenisstraf voor de duur van 72 dagen, verdachte voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 26 april 2021 (parketnummer 18-002745-20).
De tenlastelegging
hij op of omstreeks 19 juli 2021 te [plaats 1] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, uit een garagebox een motor ( [motor 1] , kenteken [kenteken 1] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf en/of die garagebox heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
hij op of omstreeks 19 juli 2021 te [plaats 1] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een motor ( [motor 1] , kenteken [kenteken 1] ), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
hij op of omstreeks 19 juli 2021 te [plaats 1] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een voorwerp, te weten een motor ( [motor 1] , kenteken [kenteken 1] ), heeft/hebben verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van een voorwerp, te weten een motor ( [motor 1] , kenteken [kenteken 1] ) gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist/wisten, althans redelijkerwijs moest/moesten vermoeden dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;
hij op of omstreeks 19 juli 2021 te [plaats 2] , gemeente [gemeente]
Bewijsmiddelen
Overwegingen met betrekking tot het bewijs
Bewezenverklaring
hij op 19 juli 2021 te [plaats 1] , tezamen en in vereniging met anderen, uit een garagebox een motor ( [motor 1] , kenteken [kenteken 1] ), die geheel aan [slachtoffer] , toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot die garagebox hebben verschaft en dat weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en verbreking;
hij op 19 juli 2021 te [plaats 2] , gemeente [gemeente]
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf en/of maatregel
Beslag
Vordering tenuitvoerlegging
Vordering tenuitvoerlegging
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
18 (achttien) maanden.
teruggaveaan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
2 (twee) weken.
72 (tweeënzeventig) dagen.